Hij hing te hoog en in een hoek naar beneden gericht. Als mijn grootvader dan op een halve meter van de muur stond, vond hij zijn gezicht terug op de spiegel. Eén pas achteruit en weg was zijn gezicht, het viel buiten de spiegelrand. Iedere dag maakte hij zijn ochtendritueel af. Zijn scheerbeurt ! Eerst bracht hij alle attributen in aanslag, als een pastoor die zijn rituele voorwerpen op het altaar uitstalt. Alles op de juiste plaats was gods wil. Ook mijn grootvader legde alles netjes op een welbepaalde plaats zodat hij blindelings alle scheerbenodigdheden kon grijpen. Een klein metalen kommetje gevuld met dampend heet water zette hij op de vensterbank. Ernaast zette hij zijn scheerkwast en een lange rechtopstaande zeepstick. Net daarnaast legde hij het nog dichtgevouwen scheermes. Heel even keek hij naar mij om. Zijn ogen geboden : "Afblijven".
Nu pas nam hij uit het keldergat een lange rundslederen hangriem en hing deze op aan een haak net onder de spiegel. Uit een opgevouwen doekje haalde hij een stuk glas wat ik later leerde kennen als aluinsteen, om het bloeden te stelpen. Dit legde hij rechts van het kommetje.Hij gromde even en rochelde diep. Snakkend naar adem ontdeed hij zich van zijn bovenhemd. Van spieren was geen sprake, alleen loshangend vel hing over de beenderen van zijn arm en zijn ribben kon ik ook zien. Als hij even stil stond, kon ik ze tellen. Nochtans had mijn grootmoeder verteld dat hij vroeger een sterke kerel was met spierballen op zijn bovenarm. Toen de hoestbui over was, nam hij het scheermes en ontvouwde het heel voorzichtig. Omkijkend geboden zijn ogen : "Zitten blijven".
Ik was gezeten op een klein bankje waarop mijn grootvader zijn voeten plaatste om zijn en andermans schoenen te poetsen. Dit was één van de vele karweien die hem toebehoorde. Ik zat amper een meter van hem af en leunde tegen de deur die de zeer steile trap verborg naar de eerste verdieping.
Nu zat ik op "zijn" voetbankje en staarde hem omhoog kijkend aan. Hij greep de lederen hangriem en streek met vaste hand het scheermes dat hij steeds draaide over de riem. "Wetten", noemde hij dat. Na een reeks van snelle halen legde hij het geopend terug op zijn plaats. Grootvader keek naar de spiegel, ging een stap dichter staan met gestrekte benen en op de toppen van zijn tenen, rekte zijn nek achterwaarts en wreef met de rechterhand over zijn één dag oude stoppelbaard. Zijn gezicht, dat te dicht bij de spiegel kwam, zag er verwrongen uit en hij trok nog een scheve mond ook. Nu nam hij de scheerkwast op en doopte hem in het hete water. Het te kleine kommetje dreigde om te vallen. Hij vloekte stil. "Stju". Met draaiende bewegingen zeepte hij de kwast in en bracht deze naar zijn kin en op de rest van zijn gezicht. Tot mijn grote verbazing zag ik witte wolken op zijn wangen verschijnen. Meer en meer, dikker en dikker groeiden ze. Hij begon warempel te neuriën, doopte weer even de kwast in het te kleine kommetje en neuriede verder tot zijn hele gezicht onder de witte wolken zat.
Dan werd het plots stil. De kwast zetten hij op zijn plaats. Zorgvuldig nam hij het scheermes op en nam de juiste houding voor de spiegel aan. Met iets gespreide benen bleef hij staan en bracht het mes langzaam naar omhoog. Even aarzelde hij en stond als een robot met geopende armen roerloos stil. Hij zag eruit als een vogelverschrikker. Ik werd opgeschrikt door een zwaar gegrom gevolgd door hoesten. Snel legde grootvader het scheermes op de vensterbank en bleef dan enkele minuten aan een stuk hoesten en vloeken. Zwaar rochelend plooide hij dubbel om dan snel weer recht te komen en naar adem te happen. De witte wolken vlogen in het rond, zijn handen waren wit
van dat hoedje want hij bracht steeds zijn handen naar zijn mond. Ik werd bang van hem. Zijn gezicht zag rood-blauw tussen al die witte wolken. Hij deed een stap in de richting van de buiskachel en met de kotteraar die aan de rand hing, opende hij het deksel. Een oranje gloed verlichtte zijn gezicht dat er angstig uit zag. Hij rochelde zwaar en diep en spuwde een lang gerekte slijmmassa in de gloeiende kolen, wat een sissend geluid maakte. Eindelijk ging hij langzamer hoesten en werd het rustiger. Van mijn grootmoeder wist ik dat hij ademhalingsstoornissen en hoestbuien had ten gevolge van de smerige gasaanvallen van de Duitsers die tijdens de oorlog het mosterdgas in de loopgrachten spoten. Grootvader had twee oorlogen mee gemaakt en was niet gezwicht voor de vijand. "Smeerlappen" had ze gezegd en een kruisteken over haar grote borst gemaakt.
